Wat is de waarheid van "The Rapture" (14) Het fundament voor de vraag
- Week van de Leek

- 14 apr
- 4 minuten om te lezen
In deel 6 stelde ik de vraag, waar het voor mijzelf mee begon.
Wat doet het geloof in een ontsnapping eigenlijk met je?
Wat is de impact ervan op ons handelen en denken?
En dan bedoel ik niet de theologische discussie over wie er gelijk heeft, maar gewoon, heel menselijk. Ik stelde dat het geloof hierin, iets doet met je perceptie en gaf het voorbeeld erbij van een vriendschappelijke voetbal interlandwedstrijd.
Maar toen hadden we nog niet het fundament dat we nu wel hebben.
In deel 7 zagen we de rode draad door de héle Bijbel: Dat zegt: overwinning door trouw, volharding tot het einde, door Jezus en Zijn te volgen.
In deel 8 ontdekten we met Job dat lijden niet altijd verklaarbaar is, maar dat God wél de volledige controle heeft. Een les die ons voorbereidt op Openbaring.
In deel 9 de daverende onthulling dat de Joden én heidenen één zijn en 'bedoeld' om als gemeente te getuigen van Gods veelvuldige wijsheid aan hemel en aarde.
In deel 10 die nare confrontatie met onszelf. De leugen komt van buiten, maar we kiezen vooral zelf om de leugen en de misleiding te omarmen en te accepteren.
In deel 11 en 12 ging het over een kosmische rechtszaak waarin de bewijsvoering over drie bedrijven naar God leidt, Hij tot slot zélf komt en ons Zijn geest brengt.
In deel 13 beschrijf ik het patroon van de bewijsvoering over drie tijdperken. Het beeld uit de laatste drie artikelen gaat over Gods groeiende persoonlijke invloed.
In het eerste bedrijf doet de wereld het zónder Hem. Het kwaad krijgt de vrije hand. De wereld wordt een poel van geweld en kwaadaardigheid.
In het tweede bedrijf laat God zichzelf alleen zien, openbaart Hij Zijn wijsheid. Maar 'mensen' kunnen die boodschap niet overbrengen en zijn niet in staat om een voorbeeld te zijn. De wereld verloedert in geweld en kwaadaardigheid.
In het derde bedrijf komt God zelf, geeft zélf het voorbeeld én laat Zijn geest achter op de wereld. De wereld glijdt opnieuw af in kwaadaardigheid en geweld.
Maar hier komt de gemeente boven. God zélf laat Zijn goedheid zien in een wereld van kwaad. Hij komt zélf naar de aarde om Zijn boodschap te brengen, en ook zelf het voorbeeld daarvan te zijn. Want zónder Gods Geest op aarde, ontstaat er ook geen gemeente. Dat heeft het tweede bedrijf bewezen.

Gods al bestaande veelvuldige wijsheid wordt in het derde bedrijf bevestigd door de gemeente. Een schepping die ondanks grote verdrukking en bitter lijden, toch uit vrije wil voor Hem kiest. Nog boven de keus voor het fysieke leven op deze aarde. Maar het is alsnog in een wereld die hen overspoelt met kwaad.
Dat God mens geworden is, is de verbindende brug. Jezus is mens en God. Hij is hemel en aarde. God is de schepper van lichaam, ziel en geest. Daarmee is er goed in de hemel aanwezig, van schepselen die uit vrije wil God dienen. Maar er is ook kwaad in de hemel, door een geschapen vrije wil die zich afkeerde van God.
De gemeente bewijst dat er ook goed is op de aarde, getoond door schepselen die uit vrije wil God dienen. Maar er is ook kwaad op de aarde, door een geschapen vrije wil, die zich hebben afgekeerd van God.
Maar Gods volledige schepping samen, zowel die in de hemelse gewesten als die op de aarde, kunnen niet zonder Hem. Want de legers van hemel en aarde samen, kunnen, zónder Jezus als de enige weg de waarheid en het leven, het kwaad niet aan.
In de geestelijke wereld kunnen ze het kwaad verbannen uit de hemel, maar ze kunnen het niet tegenhouden op aarde. En op aarde is het kwaad niet fysiek te pakken en zijn we volkomen onmachtig om het te kunnen doden of terugsturen naar de hemel.
De énige die dat kan is de Almachtige God. De Vader van ALLE schepping die Hij heeft gemaakt. De volledige schepping, zowel die in het fysieke lichaam als in de onzichtbare geest, kan niet zonder Hem en kunnen ook niet tegen God opstaan.
God overstijgen of zelf als God willen worden is een teleurstellende en heilloze weg naar destructie.
Als er dus werkelijk iets onmogelijk is, dan is het dat als God, de Creator van hemel en aarde, zelf zuiverheid en waarheid is, dat er niets groter kan worden dan Hij. Ook al brengt Hij alles van Zijn eigen wezen, samen in Zijn schepping met alle ingrediënten bij elkaar.
De Bijbel gaat daarmee helemaal niet over ons. Het gaat alleen maar over God. Het gaat over Zijn glorie en soevereine majesteit. Er is geen enkele bedoeling om schepsels te laten ontsnappen aan lijden de dood, want het bewust kiezen voor God bóven het lijden en de dood, dat is juist het getuigenis van de gemeente.
Het gemeente-zijn is geen reddingsboot waar je in stapt, maar het is kiezen voor een vergezicht, die over de angst voor het lijden en de dood heen kan kijken.
Het is kiezen om in overgave en afhankelijkheid, te vertrouwen op Gods belofte voor de heerlijkheid die al dat lijden overtreft.
En daar is liefde, geloof, gehoorzaamheid, training, oefening en voorbereiding voor nodig om daarin te kunnen volharden. Maar met de liefde als de grootste, maakt die dat verreweg het gemakkelijkst. Liefde staat boven lijden en boven verdrukking
En daarmee is mijn vraag uit deel 6 en waarom ik aan dit onderzoek begon, nu pas echt urgent geworden. Want met dit fundament, kunnen we eerlijker kijken naar wat er gebeurt als we geloven dat we vóór de verdrukking worden weggenomen. Niet om iemand aan te vallen, maar om te begrijpen wat het met ons doet.
Dus ik herhaal de vraag om die in het vervolg te bespreken:
Wat is de reden om tóch te geloven in een voortijdige ontsnapping?
En wat is de impact ervan op ons handelen en denken?
Wat maakte dat het voor mij zo begon te schuren?
Wordt vervolgd....


Opmerkingen