Ezechiels War - Part Four
- Week van de Leek

- 4 jul
- 5 minuten om te lezen
Niet onze opname, maar Gods openbaring
Dit vierluik eindigt waar Ezechiël 38 zelf eindigt. Niet bij Gog. Niet bij Israël. Maar bij God. Ezechiël 38:23
"Zo zal ik mijn grootheid tonen en Mij heiligen en voor de ogen van vele heidenvolken bekend worden. Dan zullen zij weten dat Ik de Heere ben."
Dat vond ik een hele opvallende en sterke overeenkomst met wat ik recent nog had ontdekt in de brief aan Efeze, waar Paulus in Efeziërs 3:10 schrijft:
"Opdat nu door de gemeente de veelkleurige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden aan de overheden en machten in de hemelse gewesten."
Paulus spreekt hier met de kennis dat er 'een gemeente' is. Jezus was gekruisigd en de dood overwonnen. Maar die gemeente was er nog niet toen Ezechiël Israël toesprak. Alleen Israël was nog "Gods volk"
Ik bedacht me: Spreken Ezechiël en Paulus, ieder vanuit hun eigen tijd, uiteindelijk niet over dezelfde openbaring van Gods heerlijkheid maar dat dit door beiden in een andere fase van Gods heilsplan geschreven?
God zegt in het Oude Testament dat de heidense volken naar Hem zullen kijken en zullen weten dat Hij Heere is.
God zegt in het Nieuwe Testament dat de hemelse machten juist door het getuigenis van 'de gemeente' Zijn veelkleurige wijsheid zullen erkennen.
Dit maakt de gemeente nog steeds geen 'vervanging' van Israël, maar het laat wel zien dat Gods aandacht steeds weer, veel verder reikte dan één natie.
En als de gemeente dan bedoeld is, om door haar trouw en volharding tot in de dood, als getuigenis Gods wijsheid zichtbaar te maken aan de hemelse machten en krachten, dan zijn direct mijn vragen:
Waarom zou de gemeente dan juist vlak vóór de beslissende strijd worden weggenomen en geruisloos van het toneel verdwijnen?
Hoeveel indruk zou dat maken als 'getuigenis' voor Gods veelkleurige wijsheid'?
Waar doet dat recht aan de oproep, door de hele Bijbel heen, om te geloven, te vertrouwen en te volharden?
Langzamerhand begon ik mij af te vragen of wij als christenen, onbedoeld, toch teveel zijn gaan leunen op een wijdverbreide visie met miljoenen overtuigde aanhangers. Een visie die bijna geen vraag meer overlaat, maar die de Bijbel wel voor 'zichzelf' alvast heeft afgesloten. Afgesloten op een moment dat een klein stukje vóór het einde komt.
Maar die interpretatie heeft immers ook een gevolg. Dat kan niet anders.
Want de implicatie hiervan is dat er dan nog wel een klein stukje overblijft. Wel een heftig stukje, dat God dan zelf afsluit. Dit zou dan alleen nog maar gaan over de vereffening van God met Israël, om dan met het kwaad en de wereld af te rekenen.
En ik wil voorzichtig blijven met het verwerpen van de voortijdige opname, maar ik geloof dat de rode draad, die werkelijk door de héle Bijbel wordt benadrukt, niet gaat over de gemeente, of over de opname van de gemeente.
'Wij' hebben mogelijk de opname teveel centraal gezet, terwijl de Bijbel een ander middelpunt aanwijst. Het gaat echter niet over de vraag wanneer de gemeente verdwijnt, maar wanneer God Zich aan Zijn hele schepping openbaart.
En dat is het einde van de strijd! Het grote heilsmoment. Een onthulling van Gods grootheid aan Zijn gehele schepping.
In Ezechiël spreekt God daar het meest over. De uitdrukking "Dan zullen zij weten dat Ik de Heere ben" komt, afhankelijk van de gekozen vertaling, 65 tot 70 keer voor. Maar het begint al veel eerder bij de strijd tegen de Farao in Egypte waarin God tegen de Farao zegt in Exodus 9:16 (LXX):
"Hierom bent u in leven gehouden, opdat Ik in u Mijn kracht zou tonen, en opdat Mijn Naam verkondigd zou worden op de gehele aarde."
Opnieuw ligt de nadruk niet op Israël alleen, maar op de hele aarde. Het doel is de hele wereld, zelfs al vóórdat Israël als volk bestaat. Paulus citeert deze tekst uit de LXX in Romeinen 9:17 bijna letterlijk.
Paulus maakt het vervolgens nog duidelijker in Romeinen 8:19
"Want de schepping ziet met gespannen verwachting uit naar de openbaarmaking van de zonen van de God"
Het is een sterke tekst in het Grieks, die hiermee wil verbeelden "dat de hele schepping op haar tenen staat". En een ander woord dat Paulus gebruikt is apokalypsis: een onthulling, een zichtbaar worden.
In de verzen die volgen legt hij zelf uit wat hij bedoelt. Paulus zegt: (vers 18)
"de toekomstige heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden"
en dat (vers 21)
"ook de schepping zelf zal worden bevrijd"
omdat (vers 22)
"heel de schepping zucht en in barensnood verkeert"
(vers 23)
"ook wijzelf, die de Eerstelingen van de Geest hebben, óók wijzelf zuchten in onszelf, en dan vervolgt Paulus met: "in de verwachting van de aanneming tot kinderen (tot zonen - LXX), namelijk de verlossing van ons lichaam"
De schepping en heel de schepping, dat is totale taal.
Jesaja 40:5b zegt:
"De heerlijkheid van de Heere zal geopenbaard worden en alle vlees tezamen zal het zien, want de mond van de Heere heeft gesproken"
Jesaja vraagt in 40:13
"Wie heeft de geest van de Heere gepeild?" en wat verder (vers 28)
"Er is geen doorgronding van Zijn inzicht"
Misschien is dat ook de roeping van de gemeente. Om zich, net als Jakob, niet vast te klampen aan eigen inzicht, maar aan God Zelf. Omdat HIJ de almacht is! Omdat HIJ de strijd al heeft beslist. zonder dat wij dat nog hebben gezien.
God maakt Zichzelf openbaar zodat de héle schepping erkent wie Hij is. Dat is aan de doden, de levenden, de gemeente en aan de hemelse machten en krachten. De héle schepping beeft als ze allemaal voor het eerst wérkelijk Gods macht en Zijn kracht en Zijn heerlijkheid zien, zegt Ezechiël 38 immers.
Een vroege opname wordt daarmee voor mij steeds onbegrijpelijker en de vragen nemen alleen maar toe:
Zal een klein groepje 'levende' gelovigen, (uit 7000 jaar geschiedenis) zómaar opgenomen vanuit hun welvarende leven, een eerste 'subtotaal' kunnen zijn?
Zal dat echt kunnen zónder dat wij, ooit God wérkelijk hebben gezien? Als wij, de gemeente, nog nooit eerder bevend en met huiverend ontzag, Zijn ware majesteit en heerlijkheid hebben aanschouwd?
Want dat is uiteindelijk waarmee God dit hoofdstuk in Ezechiël eindigt. Dat is niet met de overwinning van Israël en óók niet met de ondergang van Gog. Maar met Gods eigen woorden:
"Zo zal Ik Mijn grootheid tonen, Mij heiligen en Mij bekendmaken voor de ogen van vele volken. Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben." Ezechiël 38:23
Daar eindigt Gods profetie van wat bekend staat als "Ezechiels War".
Niet bij Gog. Niet bij Rusland. Niet bij Iran. Niet eens bij Israël. Maar bij de openbaring van God. Het eindigt met God zelf.

En bij God eindigt ook mijn zoektocht. Niet bij een tijdschema of een theorie, maar bij Jezus Christus. Die in heerlijkheid verschijnt en de ontzagwekkende kracht en macht van God openbaart. Jezus overwint het kwaad, eist Zijn eigendom op en brengt zijn kinderen thuis. En dan vestigt Hij Zijn Koninkrijk op aarde.
Want uiteindelijk draait de eindtijd niet om de vraag wanneer wij verdwijnen, maar om het moment waarop GOD zal verschijnen.
Eén ontzagwekkend heilsmoment. Voor het oog van Zijn héle schepping. Die van hemel en aarde. En dán pas, zullen we echt wéten, WIE de Heere HEERE is.
Maranatha, Halleluja en Amen.



Opmerkingen