top of page

Een brief die naar Rome gaat (4)

Wat een indringend begin van de Romeinenbrief nietwaar? We zijn nog altijd niet bij de schurende teksten waarmee Paulus in zoveel kerken, net zoveel stof mee doet opwaaien. Want wat ik u probeer duidelijk te maken is dat er al een hele wéreld aan informatie wordt gegeven voordat Paulus überhaupt bij die veroordeling van de 'homoseksualiteit' is.


Want laten we eerlijk zijn, dát is toch precies het kernpunt wat we daar met z'n allen hebben uitgehaald. Maar daar zijn we nog altijd niet. Sterker nog, we gaan zelfs nog eerst naar het echte begin van de brief. Letterlijk, naar de allereerste regel van deze brief, waar hij zichzelf aankondigt: "Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God,"


Opvallend dat Paulus juist zo nadrukkelijk in het begin hier het Evangelie van God noemt. Hij maakt hier dus duidelijk dat het Evangelie van Christus, voor hem dus volkomen gelijk aan is het Evangelie van God. Hij noemt het zeker niet voor niets zo duidelijk in deze aanhef. God is de soevereine macht! .


Waarna hij meteen in vers 2 en 3 verdergaat met: "(het Evangelie van God) dat Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de heilige Schriften, ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van David." En dan vers 4: "Wat de Geest van heiliging betreft, is Hij met kracht bewezen te zijn de Zoon van God, door [Zijn] opstanding uit de doden, [namelijk] Jezus Christus, onze Heere."


Nou, de kaarten liggen direct op tafel. Want meteen na de allereerste regel van zijn eigen aankondiging verklaard Paulus hier dus al direct aan de gemeenteleden in Rome, dat God het Evangelie ons van tevóren al 'beloofd' had in het Oude Testament! Aangekondigd door meerdere van zijn profeten. Namelijk dat Zijn Zoon zou komen als mens en de Messias zou zijn uit het geslacht van David.


Dat is ook met kracht is bevestigd in het Nieuwe Testament, verklaard Paulus dan verder in vers 4. Dat is in zijn eigen tijdperk dus. Want hij spreekt over de tijd na de kruisiging en de opstanding. "Onze Heere, Jezus Christus, is Gods Zoon. Door de opstanding uit de dood van Jezus Christus als mens, is Zijn Heilige Geest bevestigd"


Het is onderdeel van het raadsel voor ons, waarom de ene groep mensen het zien en anderen niet. Zoals de Joden bijvoorbeeld. En dat is uiteraard ook de groep die Paulus in deze brief hiermee wil aanspreken. Zij zouden met hun traditionele kennis van de Schrift dat toch juist kunnen zien? Hoe komt het dan dat zij de genade juist afwijzen en vasthouden aan de wet?


Herhaaldelijk zegt Paulus in deze brief dat God geen aanziens des persoons heeft. "Niet voor de Jood en niet voor de Griek", zegt hij dan. Dat is juist om aan hen, en indirect uiteraard aan ons allemaal, de zinloosheid van enige discussie tussen ons te benadrukken. Het menselijke machtspelletje van gelijk willen hebben. Maar juist verderop wordt ook duidelijk dat het raadsel zich uitstrekt over alle mensen.


Hoe komt iemand tot het levend geloof en waarom anderen in diezelfde omgeving of zelfs uit eenzelfde familie niet? Want dat is bij mij wel eens een vraag geweest. Ik kom immers uit een hele wakkere familie, waar het de betrouwbaarheid van de politiek en de wereldorde betreft.


Niemand uitgezonderd, zelfs onafhankelijk van elkaar, waren we terughoudend om mee te rennen met de waan in het Corona tijdperk. En ik kom uit een groot gezin en we leven zelfs niet eens allemaal in Nederland, Maar hoe kom ik dan wel tot levend geloof en zij niet? Terwijl vele andere mensen in de wereld, juist ook uit de spirituele en de humanistische hoek, met het wakker worden, ook steeds meer het ware geloof lijken te ontdekken.


Het zijn vragen die juist met geloof beantwoord worden. Want wat voor ons een raadsel lijkt, is het dat voor God allerminst. En dat is ook wat Paulus in deze brief juist zo sterk wil duidelijk maken. Die ongelooflijk ingewikkeld lijkende tegenstelling tussen de toorn en de liefde van God, waarmee wij ons beperkte hoofd breken. Omdat we er een menselijke orde en waarde aan willen toekennen, die we kunnen begrijpen.


Maar de orde en waarde die ons menselijke begrip vormgeeft, is gebouwd op volkomen niets. Dat is een van de duidelijke boodschappen van Paulus. Want onze orde en onze waarden, kennen namelijk een grote onzuiverheid. Een onzuiverheid die daarmee ook werkelijk alles volkomen onbetrouwbaar maakt. Want in onze eigen orde, zijn wij namelijk zelf heel erg belangrijk. Onze hoogmoed drukt een ongelooflijk stempel op onze beweegredenen en de keuzes die daar op volgen.


Het is precies de hoogmoed die in de Bijbel zo vaak wordt genoemd. En wat ongeveer als de eerste of als de hoofdzonde wordt gekenmerkt, kent u misschien beter als ego. Een woord uit het Latijns dat letterlijk "ik" betekend. Hoogmoed is het kenmerk van Lucifer, die als de gevallen engel uiteindelijk de duivel is geworden. Hij heeft 'zelf' als God willen zijn en Hem naar de kroon willen steken, zoals het spreekwoord zegt hier zo toepasselijk is.

Afbeelding van een Kroon voor een Vorst
Een kroon voor een vorst

Ezechiël verklaart het ons als hij namens God spreekt om ons duidelijk te maken wie de Prins van Tyrus is en wat er door hoogmoed van hem is geworden. U moet beslist voor het begrip van hoogmoed dat eens goed lezen. Het is als een aparte paragraaf aangemerkt in hoofdstuk 28 van het boek van Ezechiël. Ik heb het voor u hieronder geplaatst in de vertaling van de HSV

Lees hier Ezechiël 28:11-19

Hoogmoed is de enige kern waaruit het kwaad is opgebouwd. Tot aan de volkomen meedogenloze kwaadaardigheid waartoe het zich ontwikkeld in de tijd. Het is en blijft dus eigenlijk in de kern eenvoudig. Het gaat tussen leven en dood. Ego is kwaad en leidt tot dood. Op welke manier dan ook.


De kennis van goed en kwaad is niets anders dan dat wij door de Duivel in de zondeval zijn geïnfecteerd met zijn hoogmoed. Dat is het enige dat hij ons heeft kunnen geven dat ons Goddeloos zou kunnen maken. Een zelfbeeld. Een eigen ik. Zie ook Genesis 3:7 "Toen werden de ogen van beiden geopend en zij merkten dat zij naakt waren. Zij vlochten vijgenbladeren samen en maakten voor zichzelf schorten."


Dat was immers het allereerste dat er gebeurde met Adam en Eva. Zij werden zich bewust van zichzelf en kregen onmiddellijk een eigen zelfbeeld. Een ik-gevoel. Terwijl God ons heeft gemaakt en geschapen en we daarom volledig van Hem zijn. Wij behoren tot Zijn IK BEN!


We kunnen dus helemaal niet zelfbewust een "ik" hebben. Het klinkt misschien wat diep, maar wie het begrijpt, zal zien dat het een zuivere waarheid is. Want wij kénnen op deze aarde namelijk niet anders dan rebellie. Naar het voorbeeld van de duivel. Maar in de kern is het natuurlijk volkomen ongerechtigheid. Stel je voor: God maakt iemand! Die 'iemand' had dus helemaal nooit bestaan zonder Hem. En vervolgens wil diegene dan God zelf worden en Hem verdrijven.


Wij maken het natuurlijk doorlopend mee in onze wereld, maar het is werkelijk een kosmische wetmatigheid dat dit, in zuiverheid, natuurlijk helemaal niet kán. En dat klopt! Dat het gebeurt maakt het nog geen werkelijkheid en zekerheid. Want het kán inderdáád ook niet. En daarom stopt dat ook. Want er is wél zuiverheid. God is zuiverheid! En God stopt dit dan ook weer. Hoe logisch!


Het enige is, dat wij zelf te hoogmoedig zijn om dat te zien en te begrijpen. En de vrijheid die God in al Zijn zuiverheid heeft toegestaan, is om ons te laten ontdekken wat de gevolgen zijn van onze keuzes. Dat gewoon toe te laten en te laten gebeuren. Dat is dan weliswaar onze vrije wil, maar het is tegelijkertijd ook de wetmatigheid van waar dat eindigt. In lijden en ellende. De dood.


Dat bepaald God niet eens heel bewust, maar de zuiverheid gebiedt dat. Wij dichten met onze menselijke onzuiverheid God echter toe dat Hij degene is die ons leed bewust veroorzaakt om ons lessen te leren. Hoe belachelijk om; hoe wij zelf zijn, op Gods zuiverheid te leggen. Wij doen mensen kwaad. Wij vernederen mensen. Wij leren mensen lesjes.


En niet uit zuivere motieven, maar omdat ons ik, een genoegdoening zoekt. Uit zelfzucht, dat zich vanzelf ontwikkeld tot goddeloosheid, ongerechtigheid en kwaadaardigheid. En precies dat is wat Paulus aan ons eerst nog uitlegt. Het zal u misschien nu niet meer verrassen, maar óók dat.... komt dus nog vóór de schurende zondebenoemingen. Want de aanklacht van de zondebenoeming en de homoseksualiteit is, wat mij betreft, juist zelfs de bevestiging van dat zogenaamde raadsel van al het leed en al die vragen.


Maar daarover meer in het volgende deel...


Ik hoop dat u mij nog niet verliest in de bevestiging van Paulus over ons indringende niets zijn en onze kwaadaardigheid. Want dat besef veroorzaakt juist de schoonheid van de bevrijding. Alleen niet in de zin van de zondeprediking, maar juist in het vinden van de geruststellende vrede. Een vrede die uw verstand te boven gaat, zegt de Bijbel.


Vindt u het niet ongelooflijk boeiend om dit zo uit te rafelen dat het er eigenlijk super eenvoudig van wordt? Ik houd van de kracht van de eenvoud. Van de volkomen simpelheid die Gods zuiverheid eigenlijk laat zien. Een eenvoud en een zuiverheid, die wij mensen graag "zélf" ingewikkeld willen maken doordat we de kern missen. Wij zijn van God! Waarom? Omdat Hij ons geschapen heeft. Wat is daar nou zo ingewikkeld aan?


Sterker nog: Hij heeft Zijn liefde, Zijn trouw, Zijn belofte en Zijn zuivere verantwoordelijkheid bewezen door NOG EENS voor ons te betalen en alle schuld voor al onze eigen ellende en die daardoor in veelvoud, juist ook naar Hem toe, afbetaald te hebben. Het enige dat Hij vraagt is: Zie! Kijk! Geloof en Vertrouw!


En voor wie wakker wordt, is het dan totaal niet meer ingewikkeld. Toch? Nou, dat maken wij mensen het nog altijd wel heel graag, maar ook daarover kom ik vast nog wel te schrijven....


48 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comentários


bottom of page