De Heren van de Wildernis



De kracht van wijze lessen en de kennis van rijke ervaring ligt voor het oprapen in onze eigen bestaansgeschiedenis. Volkeren die hun wijze lessen aan de volgende generatie doorgaven, deden dat vaak aan de hand van mythische verhalen.

Het onderstaande verhaal komt uit Kenia, maar illustreert wat mij betreft de actualiteit van afstand tussen de macht en het volk. Twee verschillende werelden op dezelfde aarde. Onder het verhaal vind je de verdere toelichting.

De Heren van de Wildernis


>>>> Er was eens een olifant die vriendschap sloot met een man. Toen op zekere dag een zwaar onweer losbrak ging de olifant naar zijn vriend, die een kleine hut bewoonde aan de rand van het woud, en zei tot hem: "M'n goede, beste man, mag ik alsjeblieft mijn snuit in je hut steken om hem te beschermen tegen deze verschrikkelijke stortbui?" De man die zag hoe ongelukkig zijn vriend er aan toe was antwoordde: "Beste, brave olifant, mijn hut is erg klein, maar er is plaats genoeg voor jouw snuit en mij. Steek je snuit maar voorzichtig naar binnen." De olifant dankte zijn vriend met de woorden: "Je hebt mij een weldaad bewezen en eens zal ik je vriendelijkheid beantwoorden." Maar wat gebeurde er toen? Zodra de olifant zijn snuit binnen de hut had, duwde hij langzaam ook zijn kop naar binnen, drukte de man naar buiten in de regen en maakte het zich toen gemakkelijk in diens hut en zei: "Beste, brave vriend, jouw huid is dikker dan de mijne. Aangezien er niet voldoende plaats is voor ons beiden kun jij je wel veroorloven in de regen te blijven terwijl ik mijn tere huid tegen de hagel bescherm." Toen de man besefte wat zijn vriend hem had aangedaan begon hij zo hard te foeteren dat de dieren in het nabije woud op het lawaai kwamen aanlopen om te zien wat er aan de hand was. Totdat luid brullend de leeuw kwam aanlopen en op luide toon zei: "Weten jullie allemaal niet dat ik de koning ben van de wildernis? Hoe durft er iemand de orde in mijn koninkrijk te verstoren?" De olifant, die een van de hoge ministers was in het koninkrijk der wildernis, hoorde het en zei op kalmerende toon: "Heer, er is geen sprake van verstoring van de orde in uw koninkrijk. Ik heb een klein meningsverschil met mijn vriend over het bezit van deze hut. De hut waarin ik mij bevindt, zoals u ziet." De leeuw, die 'vrede en rust' in zijn koninkrijk wenste, antwoordde plechtig: "Ik geef hierbij mijn ministers opdracht een commissie van onderzoek in te stellen die deze kwestie grondig moet onderzoeken en mij verslag zal uitbrengen." De leeuw wendde zich tot de man en zei: "Jij hebt er goed aan gedaan vriendschap te sluiten met mijn volk. En wel in het bijzonder met de olifant, die een van mijn hooggeachte ministers is. Wees niet boos of ongerust, je hut is nog niet verloren. Wacht tot de zitting van mijn rijkscommissie, dan zal je volop gelegenheid hebben om jouw zaak te bepleiten. Ik ben er zeker van dat je tevreden zal zijn over de bevindingen van de commissie." De man was zeer in zijn nopjes met de vriendelijke en meelevende woorden van de koning der wildernis. Met vertrouwen in het leiderschap van de Leeuw wachtte hij argeloos tot die gelegenheid zich zou voordoen, in de vaste overtuiging dat zijn hut aan hem zou worden teruggegeven. Gehoorzamend aan het bevel van zijn meester begon de olifant, tezamen met de andere ministers, ijverig de commissie van onderzoek samen te stellen. De volgende vijf wildernisoudsten werden aangewezen om zitting te hebben in de commissie:

(1) de heer Rinoceros; (2) de heer Buffel; (3) de heer Alligator;

(4) Als voorzitter: zijne excellentie de Vos

(5) Als secretaris van de commissie: de heer Luipaard

Toen de man vernam wat de samenstelling van de commissie was, protesteerde hij: "Is het niet nodig om in de commissie ook een lid op te nemen van mijn kant?" Maar hij kreeg te horen dat dit onmogelijk was. Niemand van zijn kant was immers voldoende ontwikkeld om de ingewikkelde wetgeving van de wildernis te begrijpen. Maar hij hoefde nergens bang voor te zijn. De leden van de commissie stonden bekend om hun onpartijdigheid in rechtszaken en zij waren met de beste bedoelingen juist gekozen om de belangen te behartigen van rassen die minder doelmatig zijn uitgerust met tanden en klauwen. Bovendien werd hem verzekerd dat zij de kwestie met de grootste zorg zouden onderzoeken en een onpartijdig verslag zouden uitbrengen. De commissie hield zitting om de getuigen te horen. De hoogwelgeboren heer Olifant werd het eerst opgeroepen. Hij trad met een air van gewicht naar voren en zei op een toon die geen tegenspraak duldde: "Heren van de wildernis, het heeft geen zin dat ik uw kostbare tijd verspil. Het zal u allemaal duidelijk zijn dat ik heb het altijd als mijn plicht heb beschouwd om de belangen van mijn vrienden te behartigen, maar dit voorval heeft schijnbaar voor een misverstand gezorgd tussen mij en mijn vriend. Het volgende is gebeurd.

Hij nodigde mij binnen uit om te voorkomen dat zijn hut door de zware storm zou worden weggevaagd. Aangezien er nog lege ruimte in de hut over was, zou de storm er vrij spel hebben om in rond te razen en de hut te vernielen. Daarom leek het mij noodzakelijk, voor het belang van mijn vriend om deze ongebruikte ruimte op meer economische wijze te besteden door er zelf in te gaan zitten. Ieder van u zou in gelijke omstandigheden ongetwijfeld hetzelfde plichtsbesef hebben gehad." Zij knikten instemmend en zo riep de commissie de heer Hyena en andere wildernisoudsten op en legden hen deze verklaring van de kwestie voor; Stuk voor stuk ondersteunden zij wat de heer Olifant had verklaard over zijn plichtsbesef.

Toen werd de man opgeroepen en begon om zijn versie van de kwestie te geven. Maar de commissie viel hem in de rede met de woorden: "Beste man, beperk je alsjeblieft tot de kern van de zaak. De kwestie is ons al duidelijk en is ook door verschillende onafhankelijke bronnen bevestigd. Wij willen nog maar één duidelijk antwoord van je: Was de ongebruikte ruimte in je hut reeds door iemand anders bezet voordat de heer Olifant daar zijn positie innam?" De man begon te zeggen: "Nee, maar..." en werd direct onderbroken. Dank u wel, beste man! We hebben nu voldoende getuigenverklaringen aangehoord van beide partijen en we zullen ons terugtrekken om onze beslissing te motiveren.

Na een kostelijk maal dat hun werd aangeboden door zijne excellentie minister Olifant, kwamen zij tot een beslissing en gaven de volgende verklaring uit: "Naar onze mening is deze kwestie ontstaan door een betreurenswaardig misverstand. De oorzaak is het feit dat jij er achterlijke denkbeelden op na houdt. Wij zijn van oordeel dat de heer Olifant zich naar eer en geweten heeft gekweten van zijn heilige plicht om jouw belangen te behartigen. Het is immers duidelijk dat het voor je eigen bestwil is, dat de ruimte zo economisch mogelijk wordt gebruikt en dat jij zelf nog niet de omvang hebt om dit zelf naar behoren te kunnen invullen. Wij adviseren tot een schikking tussen beide partijen, waarop de Leeuw sprak: "De heer Olifant zal ook in het vervolg jouw hut bezet houden, maar wij geven jou de toestemming uit te zien naar een plek waar je een andere hut kan bouwen, die meer in overeenstemming is met jouw behoeften en wij zullen er op toezien dat je goed beschermd bent."

Aangezien hem geen andere keus stond en hij bang was dat zijn weigering hem zou overleveren aan de tanden en klauwen van de leden van de commissie, ging de man op hun voorstel in. Maar nauwelijks had hij een nieuwe hut gebouwd of de heer Rinoceros kwam met de hoorns omlaag dreigend op de man af en beval hem zijn hut te verlaten.


Opnieuw werd een koninklijke commissie ingesteld om de zaak te onderzoeken en deze kwam tot dezelfde bevindingen. Deze procedure herhaalde zich tot de heren Buffel, Luipaard, Hyena en alle andere wildernisoudsten in nieuwe hutten waren gehuisvest.


Elke keer opnieuw werden de rechten van de man met voeten getreden en werd hem zijn integriteit en autonomie ontnomen.

Ng'enda thi ndagaga motegi


Toen nam de man een besluit. Eens en voorgoed zou hij er iets op zou vinden om zichzelf voldoende bescherming te verschaffen aangezien hij met de commissies van onderzoek niet was gebaat. Hij ging zitten en zei: "Ng'enda thi ndagaga motegi," hetgeen letterlijk betekent: "Er wandelt op deze aarde niets rond dat niet tot stilstand kan worden gebracht," of, met andere woorden, je kunt de mensen wel een poosje voor de gek houden, maar niet altijd. Het was een kwestie van tijd, maar op een zekere dag waren de hutten van de heren der wildernis bouwvallig geworden en rotten weg. De man trok er op uit om een eindje verder weg één grotere en betere hut te bouwen. Nauwelijks had de heer Rinoceros dat in de gaten of hij haastte zich naar binnen om echter tot de ontdekking te komen dat de heer Olifant daar reeds in diepe slaap was. Daarop kwam de heer Luipaard door het venster binnen, en de heren Leeuw, Vos en Buffel begaven zich door de deuropeningen naar binnen, terwijl de heer Hyena jankte om een plaatsje in de schaduw en de heer Alligator zich koesterde op het dak. Onmiddellijk begonnen zij allemaal met elkaar ruzie te maken. Ieder over het recht van zichzelf om de hut binnen te mogen dringen en over te nemen. Van ruzie werd het vechten. Ze vochten allemaal met elkaar en midden in die chaos en verwarring, stak de man de hut in brand. De hut brandde, met alle heren van de wildernis er in, tot de grond toe af.

De man keerde zich om, bouwde zich een nieuw eigen huis en zei: "De vrede is duur betaald, maar hij is de kosten waard," en leefde daarna nog lang en gelukkig verder <<<<


TOELICHTING: Dit verhaal is het vrij sarcastische commentaar van de onafhankelijkheidsstrijder Jomo Kenyatta op de onderdrukking van zijn volk in Kenia in de jaren '50. Aan de hand van dit verhaal kan de verhouding tussen de onderdrukte zwarte Afrikaanse bevolking (de Kikuyu) en de koloniale blanke Europeanen worden geïllustreerd. Kenyatta was in 1953 tot 7 jaar dwangarbeid veroordeeld vanwege vermeende banden met de Mau-Mau opstandelingen.


* De Kikuyu vormen de grootste etnische groep van Kenia (ca. 22% van de bevolking). Ze wonen voornamelijk op het vruchtbare land van Midden-Kenia als boeren.


Een strijd en een opstand van 1953 tot 1956 die begon met het doden van een kudde dieren van een blanke boer. Enkele weken later werden 21 Brits-gezinde Kikuyu's vermoord. De (Britse) regering riep de noodtoestand uit en begon met het opsluiten van Kikuyu's in zogenaamde "protected villages" die omringd waren door prikkeldraad en greppels met boobytraps. De opstand eindigde in 1956 met aan de kant van de Afrikanen meer dan 13.500 doden, en maar iets meer dan 100 slachtoffers aan de kant van de Europeanen. Nog eens 20.000 Kikuyu's werden gevangen genomen waarna er nog vele onder erbarmelijke toestanden stierven. De noodtoestand bleef tot 1959 van kracht.


1961 werd het huisarrest van Jomo Kenyatta opgeheven en vanaf toen probeerde hij de kolonisten gerust te stellen, dat ze niets te vrezen zouden hebben in een onafhankelijk Kenia. Hij wilde de wereld laten zien dat twee totaal verschillende culturen vreedzaam naast elkaar konden leven. Kenyatta werd op 12 december 1963 de eerste president van een 'onafhankelijk' Kenia.



Lincoln: "You can fool all off the people some of the time, and some of the people all the time, but you cannot fool all the people all the time."






32 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven