(5) Van controle naar vertrouwen, kan dat?
Bijgewerkt op: 6 dagen geleden
Hoe weet ik eigenlijk dat ik mezelf bescherm?
In het vorige deel schreef ik over zelfbescherming. Over mechanismen die ergens vroeg in je kinderleven zijn ontstaan omdat ze daadwerkelijk een functie hadden.
Het wordt alleen ingewikkelder wanneer je volwassen bent en dat systeem nog altijd met je meeloopt. Want er gaat helaas geen lampje branden wanneer dat oude systeem ineens wordt ingeschakeld.
Zo'n signaal zou wel handig zijn om te weten wanneer het aanslaat, nietwaar?
"LET OP! Uw oude zelfbeschermingssysteem is zojuist geactiveerd."
Want in de praktijk voelt zo'n moment waarschijnlijk helemaal niet alsof we onszelf aan het 'beschermen' zijn.
Want je verstand zegt:
Ik wil gewoon duidelijkheid.
Ik probeer iets op te lossen.
Ik vind gewoon dat ik gelijk heb.
Ik leg alleen maar uit wat er werkelijk gebeurd is.
Ik wil dat je begrijpt wat ik bedoelde.
En misschien heb je dan inhoudelijk nog gelijk ook. Dat is wat het zo ingewikkeld maakt. Het lijkt zo redelijk en begrijpelijk wat je aan het doen bent.
In een eerder deel van deze serie schreef ik over het kleine stemmetje achter wat je zegt met: "Dat maakt mij niet zoveel uit, hoor. Niet echt!" Een zin die ruimte aan jezelf geeft. Het is de waarheid niet, maar je liegt ook niet. Dat zorgt gemakkelijk voor een sussende geruststelling.
Het is ook heel normale, maar weinigzeggende spreektaal. Seconden later is het moment ook alweer voorbij en zelden vraagt iemand erop door.
Maar eigenlijk zegt het heel veel. Want het verbergt als het ware heel onschuldig een vraag die mensen wél zouden kunnen stellen, of die jij jezelf zou kunnen stellen: Wat is niet zoveel? Welk stukje hiervan maakt dan wél iets uit voor je?
Het gaat er mij niet om dat we nu gewicht gaan leggen op elke letter die we uitspreken en dat we elkaar altijd diepgravend psychologisch moeten bevragen. Maar... we weten zelf wel de typische situaties die hierbij horen, denk ik. Situaties waarin je niet het achterste van je tong wilt laten zien.
En juist in déze situaties zit wel degelijk een vraag voor jezelf. Of laat ik het dichter bij mij houden: er zit wel degelijk een vraag in voor mijzelf: "Wat wil ik hier precies zo nonchalant mee verbergen?"
Want daar begint wellicht het herkennen van zelfbescherming. Misschien wel door te leren herkennen dat iets mij méér heeft geraakt dan de situatie op zich daar aanleiding toe geeft.
Want met dergelijke woorden wuif ik eigenlijk achteloos weg dat ik, iets dieper in mezelf, er veel meer mee bezig ben geweest dan ik tegenover jou wil toegeven.
Wil ik hiermee dan laten weten dat ik eigenlijk sterker ben?Wil ik laten zien dat ik niet zo kwetsbaar ben?
En waaróm wil ik dan sterker en minder kwetsbaar lijken? Wie bescherm ik dan? Wie of wat mag niet open en bloot gezien worden en wie wil ik hiermee dan uit de wind houden?
En met deze vragen krijgt het verhaal een heel andere wending.
Nu lijkt het ook ineens wel heel sterk op een vorm van zelfbescherming. Want diep van binnen wordt er iemand, of het beeld van iemand, beschermd. Die moet geholpen worden. Blijkbaar om iets groter, sterker en wat zelfbewuster over te komen dan dat het in werkelijkheid voelt.
En wat met deze vragen dan ook beter naar de oppervlakte komt, is dat het dus in de kern alleen over jezelf gaat. En heel regelmatig gaat dat niet eens over jezelf als volwassene, maar veel meer over het kind in je.
En zo wordt er al meer duidelijk. Want met die herkenning begint, in mijn beleving, ook het antwoord.
Maar eerst een vraag: Reageert een kind meestal redelijk en weloverwogen?
Ik geef een klein voorbeeld waarvan ik verwacht dat meer mensen zich hierin zullen herkennen.
De situatie: Ik maak me boos over leugenachtige berichtgeving op het nieuws of over een scheidsrechter die het Nederlands elftal benadeelt en verontwaardigd schreeuw ik naar het tv-scherm.
Is dat volwassen, redelijk en weloverwogen? Of is dat kinderlijk en primitief?
Dat is best een akelige vraag, nietwaar?
Want ik heb wel eens vaker in een café, met vrienden of in de straat met buren naar een wedstrijd van het Nederlands elftal gekeken. En bij elke wedstrijd komt er wel een gedeelte van de kijkers schreeuwend, boos en scheldend in beweging. Vooral als er een speler van Oranje wordt gevloerd en er geen gele of rode kaart volgt. Of 'we' krijgen geen strafschop als de overtreding binnen de 16 meter was.
"Dat is in het vuur van de wedstrijd," zeggen we dan. "We leven mee en beleven de emotie en de spanning sámen."
Maar dan even over redelijkheid en eenvoudige overwegingen:
Niemand op het veld kan dat horen!
Zal het de scheidsrechter dus aanzetten om alsnog een kaart te trekken of een strafschop te geven?
Nog even voor de duidelijkheid: je schreeuwt tegen een beeldscherm!

Dan een voorbeeld dat ietsje dieper gaat:
De dag op het werk was lang en er werd veel van me gevraagd. Eindelijk kan ik naar huis. De werkdag zit erop, maar ik heb het werk niet afgekregen. Morgen begin ik al met achterstand.
Hierna kunnen talloze situaties worden ingevuld:
Iemand hindert me in het verkeer. Iemand voor me in de rij trekt niet snel genoeg op en het stoplicht springt alweer op rood als ik erdoor moet. Toeteren of met de middelvinger omhoog is in het verkeer geen uitzondering, nietwaar? Sommigen zitten tierend in de auto.
Maar... ook dat zijn nog heel vluchtige momenten met een onbekende die enkele tellen later alweer uit beeld is.
Even voor de duidelijkheid: Je schreeuwt in een verder lege auto. (hoop ik)
Dan kom ik thuis en mijn vrouw of kind vraagt direct mijn aandacht. Ze vragen iets van me waar ik op dat moment helemaal geen zin in heb. Om iets te doen, of om ergens over na te denken. Het kan ook zijn dat mijn kind iets omstoot en er iets rinkelend op de vloer kapot valt.
U herkent vast wel iets. Ik helaas wel, in ieder geval. En wat als je dán ook je redelijkheid verliest en boos, ongeduldig of verontwaardigd naar ze begint te schreeuwen?
Want nu schreeuw je niet tegen een beeldscherm, niet tegen een onbekende die je niet hoorde, je schreeuwt nu tegen een persoon van wie je houdt.
Even voor de duidelijkheid: Je schreeuwt tegen een persoon van wie je houdt!
En die schrikt van jouw onverwachte uitbarsting. Je kind begint te huilen en sorry te zeggen. Je vrouw deinst achteruit of ze wordt boos terug op jou en voor je het weet ben je in een vervelende sfeer beland.
Misschien is het vijf minuten later alweer rustig. Je hebt misschien wel snel je excuus gemaakt toen jij je kind of partner zo ineen zag krimpen. Helemáál niet je bedoeling. Maar toch is er schade aangericht en heeft mijn reactie iemand pijn gedaan.
En in al deze situaties ontbreekt dezelfde redelijkheid. Dit is geen volwassenheid. Er is wel een oorzaak te vinden en het is ook nog wel te verklaren, maar... dat is nog altijd geen excuus. Blijkbaar is iets in ons in staat om sneller te reageren dan dat redelijkheid en verstand kunnen instappen.
Misschien wilde ik wel gewoon even rust, zocht ik respect of erkenning. Daarom moest de situatie om mij heen veranderen, zodat het gevoel in mijzelf zou veranderen. Iets in mij wilde spanning kwijtraken of de controle terugkrijgen.
Want mijn reactie lijkt op zo'n moment over mijn vrouw, mijn kind, die automobilist of die scheidsrechter te gaan. Maar als we eerlijker en dieper kijken, gaat het in de kern vooral over mijzelf.
Het gaat over wat ík voel. Wat ík nodig heb. En wat ík op dat moment van een ander verlang om mij weer beter te kunnen voelen.
En in het laatste voorbeeld is het ook nog eens heel gebruikelijk dat tegelijk met onze excuses de schuld alsnog wél ergens buiten ons wordt neergelegd.
"Het was het werk vandaag, die collega, de sufkop in het verkeer. Dat maakte mij gestrest vandaag, begrijp je dat? Sorry dat ik zo uitviel, het lag niet aan jou!"
Nee, maar óók niet aan mij. Blijkbaar. Dat is wat ik ze uitleg.
En dan kom ik bij iets wat voor mij een wereld van verschil is gaan maken. Niet alleen tussen het Evangelie en de seculiere wereld waarin we leven, maar ook tussen het Evangelie en veel andere spirituele levensvisies.
Het verschil zit uiteindelijk in een heel eenvoudige vraag:
Over wie gaat het hier eigenlijk en over wie zou het moeten gaan?
Daarover meer in het volgende artikel...



Opmerkingen